vrijdag 19/07/2019

Top Header

Talen

De gemiste afspraak van de FED

Senior Asset/Portfolio Manager

In het begin van deze zomer verwachte de markt zich aan de start van een nieuwe cyclus van renteverhogingen door de FED, de Amerikaanse centrale bank, dit voor het eerst in quasi tien jaar. Door de extreme volatiliteit van de markten in de maand augustus, vooral gelinkt aan de sterker dan verwachte vertraging van de Chinese groei, werden deze verwachtingen naarmate de zomer vorderde naar beneden bijgesteld.

In het begin van deze zomer verwachte de markt zich aan de start van een nieuwe cyclus van renteverhogingen door de FED, de Amerikaanse centrale bank, dit voor het eerst in quasi tien jaar. Door de extreme volatiliteit van de markten in de maand augustus, vooral gelinkt aan de sterker dan verwachte vertraging van de Chinese groei, werden deze verwachtingen naarmate de zomer vorderde naar beneden bijgesteld.

Het feit dat de FED tijdens zijn vergadering in september besloten heeft om de rente onveranderd te laten heeft de vrees van de markten niet alleen bevestigd maar zelfs versterkt. Zo heeft de FED de onzekerheid, en dus de volatiliteit, doen toenemen. Door het integreren van elementen waarop ze totaal geen vat heeft – in casu de globale economische en financiële ontwikkelingen – stapt de FED verder en verder weg van haar beleid van “forward guidance”. Niet alleen heeft ze geen vat op deze elementen, het is ook op zijn minst onwaarschijnlijk te noemen dat ze deze op een geloofwaardige manier kan voorspellen. Dit maakt met andere woorden het rentebeleid in de VS onzekerder. En het is geweten dat onzekerheid één van de elementen is die de markten het minst weten te waarderen.

Geen zinnig mens zal ontkennen dat de emerging markets afzien van de vertragende Chinese groei. Daarenboven komt dat bepaalde landen verder onder druk komen door de val van de grondstofprijzen, tekorten op de handelsbalans en munten die fors gedeprecieerd zijn. Vaak zijn deze zwaktes quasi rechtstreeks gelinkt aan de verzwakkende Chinese groei. De graduele daling van het verschil in economische groei tussen “ontwikkelde” en “groei”-landen (momenteel teruggevallen tot zowat 1%) doet vragen rijzen of we nog wel kunnen spreken van groeilanden. Dit verklaart de underperformance van de beurzen in de emerging markets die ondertussen al meer dan vier jaar duurt. Hierdoor noteren – gemiddeld gesproken – de aandelen van de groeilanden met een décôte op de waardering van meer dan 35% tegenover deze van de ontwikkelde landen.

Het gebrek aan duidelijkheid over de werkelijke gezondheidstoestand (meer en meer commentatoren trekken de Chinese cijfers in twijfel) van de Chinese economie voedt de meest pessimistische scenarii, die de goede economische cijfers afkomstig uit de VS en de Eurozone helemaal overschaduwen. Hoewel de omschakeling van de Chinese economie van een kapitaalintensieve naar een meer diensteneconomie delicaat is en de nodige volatiliteit met zich mee kan brengen mogen we de vastberadenheid en de (financiële) slagkracht van de Chinese overheid om dit tot een goed einde te brengen niet onderschatten.

In de huidige omgeving die overheerst wordt door, naar alle waarschijnlijkheid, overdreven pessimisme, hebben we besloten om onze, eerder voorzichtige, allocaties niet significant aan te passen. Het spreekt van zelf dat we, nog meer dan anders, de financieel-economische ontwikkelingen opvolgen en onze allocatie zullen aanpassen als onze visie zou wijzigen.

Mail