woensdag 18/07/2018

Top Header

Talen

Olieprijs in beweging: Minder voor meer?

Fundamental Equity Buy Side Analyst Oil & Gas, Metals & Mining

In een notendop:

  • OPEC-landen spreken af om de olieproductie te verminderen. Met die maatregel willen ze vraag en aanbod op de oliemarkt sneller herbalanceren.
  • Het kartel stapt daarmee resoluut af van het beleid dat erop gericht was andere olieproducenten (met hogere productiekosten) uit de markt te concurreren door de markt te overspoelen met goedkopere olie.
  • Niet-OPEC-producenten waren genoodzaakt hun investeringen in nieuwe projecten drastisch te verminderen om stand te kunnen houden in de context van lage olieprijzen. In de komende jaren zullen de beperktere investeringen een negatieve impact hebben op de productie van de olieproducenten die geen lid zijn van OPEC noch uit de VS komen. We blijven geloven in een scenario waarbij de olieprijs zal stijgen als gevolg van die evolutie en waarbij de Europese geïntegreerde oliemaatschappijen hun dividend zullen kunnen handhaven.

De aankondiging

Eind september verbaasde OPEC alle waarnemers toen het kartel een beperking aankondigde van de olieproductie met 0,7 tot 1,2 miljoen vaten per dag. Met die maatregel wil het kartel de olie-industrie versneld herbalanceren. De aankondiging betekent het einde van de strategie die het kartel sinds november 2014 volgde en die een hoger marktaandeel beoogde.

Op zich was de aankondiging positief nieuws. Toch waren veel waarnemers sceptisch omdat ze zich afvroegen hoe die ambitieuze doelstelling gerealiseerd zou worden. Bovendien twijfelden velen of de leden van het kartel erin zouden slagen om onderling tot een vergelijk te komen.

Vorige week gaf de OPEC eindelijk de details vrij over de beperking van de olieproductie. Opnieuw verbaasde het kartel alle waarnemers. Niet alleen door een consensus te bereiken over de inperking van de productie ten belope van het eerder aangekondigde maximale aantal vaten, maar bovendien ook door de verbintenis die niet-OPEC-producenten aangaan om hun eigen productie met nog eens 0,6 miljoen vaten per dag verminderen.

Een beperking van de productie met in totaal 1,8 miljoen vaten per dag is behoorlijk aanzienlijk en zal de oliebalans al begin volgend jaar terug doen overhellen in de richting van een tekort (vraag groter dan aanbod), terwijl we ervan waren uitgegaan dat het evenwicht pas in de tweede helft van 2017 zou worden hersteld. De wereldwijde oliereserves zullen dus eindelijk het lange proces van normalisering inzetten dat hun terug naar hun historische gemiddelde zal brengen.

Heeft het vorige beleid zijn doel bereikt?

Het doel dat OPEC met zijn beleid nastreefde, en ook openlijk toegaf, was producenten met hoge ontginningskosten ertoe dwingen hun investeringen te verminderen en oneconomische producenten uit de markt concurreren. Naar ons gevoel heeft de strategie van OPEC (lees: Saoedi-Arabië), gericht op het verwerven van een hoger marktaandeel, echt gewerkt. Al ging dat beleid wel ten koste van de eigen economie. Saoedi-Arabië kampt met een begrotingstekort van meer dan 10% sinds het land in november 2014 besliste om de productie niet te verminderen.

Door die strategie slaagde Opec erin om een jaarlijkse productiestijging bij de niet-OPEC-landen met 2,6 miljoen vaten per dag in 2014 om te buigen naar een productievermindering bij diezelfde landen met 0,9 miljoen vaten, terwijl intussen de eigen productie aanzienlijk bleef stijgen. Uit de cijfers blijkt dus overduidelijk dat de strategie van OPEC gericht op een hoger marktaandeel wel degelijk heeft gewerkt.

Tijd om opnieuw te investeren:

In essentie is de productiedaling bij niet-OPEC-landen een gevolg van harde besparingen. In 2015 en 2016 gaven de ondernemingen maar liefst 25% minder uit aan investeringen. Op die manier probeerden ze wanhopig hun bedrijfsmodel aan te passen aan de context van lagere olieprijzen (bij lagere olieprijzen zijn minder projecten winstgevend en kunnen bedrijven minder investeren) en hun heilige dividend te beschermen, zonder een al te grote weerslag daarvan op de balans.

Conventionele spelers zullen in 2017 helaas niet geneigd zijn om meer te investeren. De reden daarvoor is dat ze in een scenario van 50-60 dollar per vat enkel bereid zullen zijn om te investeren in projecten die meer dan 15% rendement bieden. En die zijn er in een context van 50-60 dollar heel weinig. Dat betekent dat internationale oliemaatschappijen heel selectief te werk zullen gaan in de nabije toekomst om een herhaling te vermijden van fouten die ze maakten in het verleden, zoals investeren in minder levensvatbare projecten of uitgaan van onrealistisch hoge olieprijzen (die blijven stijgen).

We menen dat het gebrek aan investeringen in conventionele projecten de komende vijf jaar een aanzienlijke negatieve impact zal hebben op de productie van de oliemaatschappijen die geen lid zijn van OPEC noch uit de VS komen (aangezien het doorgaans drie tot vijf jaar duurt om een nieuw olieveld te ontginnen). Wegens dat gebrek aan conventionele investeringen zal een evenwicht tussen vraag en aanbod enkel mogelijk zijn als er een aanzienlijke productiestijging tegenover staat. Die zal moeten komen van productie met korte cycli (schalie VS) en van een hogere olieproductie van de Opec.

Bovendien is schalieolie naar ons gevoel niet zo homogeen als velen denken (lees: niet overal even snel winstgevend). Dat de ontginning de laatste tijd minder kostte, is voor een groot deel te wijten aan cyclische factoren waarvan de effecten echter zullen afnemen zodra de activiteit opnieuw toeneemt (waardoor de breakeven prijzen hoger zullen liggen).

Om op lange termijn hogere investeringen mogelijk te maken (in conventionele en schalieprojecten), moeten de olieprijzen verder stijgen (wat de recente koerswijziging bij OPEC zou kunnen verklaren). Bijgevolg blijven we constructief over de tendens die zich voor de komende jaren voor deze grondstof aftekent. Een visie die overeenkomt met de houding die we aan het begin van het jaar al hadden aangenomen.

Mail