zaterdag 17/11/2018

Top Header

Talen

Green bonds: schuldkapitaal als financiering van ecologische initiatieven

Verantwoordelijke vastgoedactiviteiten

De "Green bonds" zijn inmiddels meer dan een trend of een concept. Deze obligaties, die worden uitgegeven ter financiering van groene en duurzame projecten, maken stillaan volwaardig deel uit van de internationale kapitaalmarkten. Zo stond Bank Degroof Petercam de groep Cofinimmo recentelijk bij in de uitgifte van een "Green & Social bond" voor € 55 miljoen. Hieronder volgt een kleine introductie op deze jonge maar sterk groeiende markt.

In 2016 werd voor niet minder dan 65 miljard aan zogenaamde "green bonds" uitgegeven. Deze green bonds zijn verre van zomaar een term of concept, vermits ze inmiddels zijn uitgegroeid tot een belangrijk segment van de kapitaalmarkten, als een bijna natuurlijk gevolg van de wereldwijde zoektocht naar een koolstofarme economie. Zo worden de opbrengsten ervan gebruikt om klimaatvriendelijke projecten financieel te ondersteunen en komen ze tegemoet aan de vraag van investeerders naar duurzamere producten.

Sinds de Europese Investeringsbank in 2007 uitpakte met de eerste green bond, zijn wereldwijd al voor meer dan 150 miljard dollar aan groene obligaties uitgegeven. Deze snelle opmars lijkt ondersteund te zijn door een eveneens sterke vraag bij institutionele beleggers en financiële instellingen, alsook het stijgend aantal gespecialiseerde groene obligatiefondsen[1].

Definitie van het concept

Het fenomeen van de groene obligaties krijgt wereldwijd aandacht, en breidt snel uit. Het idee op zich is simpel, want het enige verschil tussen green bonds en andere obligaties is wat er met de opbrengsten gebeurt. Zo garandeert de emittent de opgehaalde gelden te (zullen) gebruiken voor de financiering of herfinanciering van groene projecten, activa of bedrijfsactiviteiten (ICMA, 2015).

Toen het concept opdook vroegen experts zich af hoe een project met een groen label eruit moest zien en wat de draagwijdte ervan zou zijn. Sindsdien werden er dan ook verschillende standaarden en criteria ontwikkeld, die moeten zorgen voor een coherente en transparante aanwending van de fondsen. Een voorbeeld daarvan zijn de Green Bond Principles (“GBP”), een initiatief van verschillende marktspelers en overheidsinstanties, gepubliceerd via de ICMA in 2014. Die richtlijnen creëren een kader voor de uitgifte van groene obligaties en pleiten voor een integere uitbouw van een groene obligatiemarkt. De GBP-principes benoemen diverse, ruim gedefinieerde categorieën die een erkenning krijgen omdat ze een ecologisch probleem aanpakken, zoals de klimaatverandering, de uitputting van natuurlijke bronnen, het verlies aan biodiversiteit of de luchtverontreiniging. De lijst met categorieën omvat hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, duurzaam afvalbeheer, duurzame akkerbouw, bewaring van biodiversiteit, enz.

Toename van groene obligaties in cijfers

Hoewel de eerste groene obligatie al in 2007 werd uitgegeven door de Europese Investeringsbank, duurde het nog tot 2013 vooraleer dergelijke obligaties succesvol werden en de uitgiftebedragen aanzienlijker werden. Datzelfde jaar werd duidelijk dat de emittenten van groene obligaties niet beperkt zouden blijven tot grote institutionele banken. Zo gaf EDF in 2013 als eerste private speler een groene obligatie uit , voor een bedrag van €1,4 miljard, ter financiering van projecten gericht op zonnepanelen en windenergie. Dit was meteen het startschot voor andere ondernemingen om mee op de groene kar te springen.

De cijfers van de jaren daarna tonen een heel bemoedigende trend, zoals blijkt uit de volgende grafiek (bron: Climate Bonds Initiative, Bonds and climate change : the state of the market in 2016, p6.).

België is een relatief jonge speler op de groene obligatiemarkt. De eerste green bond werd uitgegeven door Aquafin in 2015 voor een bedrag van 45 miljoen euro, hetgeen recentelijk een gevolg kreeg met de “Green & Social bond” uitgegeven door Cofinimmo voor een bedrag van 55 miljoen euro, waarin Bank Degroof Petercam het bedrijf bijstond als Joint Bookrunner.  Er zullen er ongetwijfeld anderen volgen in de toekomst.

Financiële mechanismen

Een groene obligatie heeft nagenoeg dezelfde kenmerken als een gewone obligatie. Het is een financieel instrument dat een vast inkomen oplevert en gedurende een bepaalde termijn ("looptijd") blijft bestaan. Tijdens die periode verbindt de emittent zich ertoe de overeengekomen rente (“coupons”) te betalen en het kapitaal (“hoofdsom”) op de vervaldag terug te betalen. Het enige verschil schuilt in het groene label, wat staat voor het engagement van de emittent om het bedrag van de uitgifte te investeren in projecten die het milieu ten goede komen.

De prijszetting van groene obligaties werd in diverse studies en analyses tegen het licht gehouden. De conclusie is dat het groene label zich -voorlopig- niet in prijsverschillen bij uitgifte vertaalt, noch voor de emittenten, noch voor de investeerders.

Voor wat de secundaire markt betreft, verschillen de meningen. Een rapport van Barclays (The Cost of Being Green, september 2015) concludeert alvast dat er een lichte premie zou worden betaald voor groene obligaties (zowat 20 bpn). Dat fenomeen is volgens Barclays toe te schrijven aan een “opportunistische prijszetting die voortvloeit uit de sterke vraag naar groene fondsen in vergelijking met het beperkte aanbod ervan”. Voor een echte conclusie over dit thema is het echter nog te vroeg, daarvoor is de geschiedenis te kort en de dataset te beperkt.

Samen met de groei van de markt van groene obligaties ontstond ook de vraag naar benchmarking en methodes voor de opvolging van het rendement. De afgelopen jaren hebben banken, ratingagentschappen en service providers  groene obligatie-indexen gelanceerd. Een gebrek aan informatie is daardoor niet langer een hindernis. Bovendien vinden nu ook gewone beleggers die behoefte hebben aan een benchmark de weg naar een groene belegging. (Twee voorbeelden van zo een index zijn de Bank of America Merrill Lynch Green Bond Index en de Barclays MSCI Green Bond Index).

Ook de beurzen hebben hun steentje bijgedragen. Groene obligaties zijn momenteel genoteerd op de beurzen van Londen, Oslo, Luxemburg en Stockholm.

Toekomstige ontwikkelingen

De markt van de groene obligaties kan maar duurzaam zijn als er een geschikt klimaat is voor vraag en aanbod. Marktspelers en beleidsmakers moeten zich blijven inzetten voor een efficiënte en transparante omgeving waarin kapitaal kan worden aangewend voor ecologische projecten (groene definities ontwikkelen, betrouwbare ratings creëren, de verhouding risico-rendement verbeteren, belastingvoordelen bieden, enz.). De initiatieven tot dusver waren hoofdzakelijk gericht op het publiceren van selectiecriteria en het ontwikkelen van instrumenten voor transparante opvolging. Deze zullen in de toekomst  waarschijnlijk evolueren in (meer) tastbare en bindende clausules in de obligatiedocumentatie (hetgeen tot nog toe weinig of niet het geval is).

Sinds hun ontstaan zijn groene obligaties nu een gegeven geworden waar men niet naast kan kijken. Wellicht wacht hen een mooie toekomst, niet alleen door de sterke vraag ernaar bij beleggers, maar ook omdat ze voor de emittent een mooi uithangbord zijn voor een groen en duurzaam beleid.

Green bonds bieden financiële ondersteuning aan ecologische initiatieven en komen tegemoet aan de toenemende vraag naar producten met een groen label. Kortom, ze slaan de brug naar een duurzame economie.

Voor meer inlichtingen over groene obligaties kunt u terecht bij onze experts Jean-Baptiste Van Ex en Patrick Moermans


[1] OESO-verslag, Green bonds, mobilizing the debt-capital market for a low-carbon transition, p7, 2016.

 

Mail